Zijn bevelen worden verhoord
Hij is de vleesgeworden God
Hij krijgt alles wat hem bekoort
Gekozen tot koning door het lot
Zijn sterven is een sterven van de stad
Betekenisloos zal die zijn na zijn dood
Hij is alles wat ze hebben gehad
Onder hem werd de beschaving groot
Belet niemand om zijn graf te eren
Omringd met Jade gaat hij op reis
Geen speren om zich te kunnen weren
Geen weg terug meer naar het paradijs
De wereld is een wachten-op
Omarmt je in jouw receptiviteit
De wereld is een wachten-op
Zij kust je wanneer je ziel zich verwijdt
De wereld is een wachten-op
Zij verlangt van jou geen strijd
De wereld is een wachten-op
Zij reflecteert haarzelf in jouw openheid
Open jezelf en ontvang het fenomeen
De wereld in haar meest zuivere vertoning
Laat zich tonen door jou heen
Het wachten-op als mooiste beloning
De wind breekt de dagen
Vloert de wereld met zijn vlagen
Breekt de wortels van de bomen
Vervaagt de tijd in de dromen
De wind geeft geen richting aan zijn blazen
Hij blijft maar doorgaan; hij blijft maar razen
Totdat hij moe is van al zijn zuchten
En hij een opklaring vereist van zijn luchten
De bladeren voelen het nabije sterven
Nemen alvast een levenloze pose aan
Als de koude tijden hun levenslust bederven
komt de boom kaal en naakt te staan.
De wind zal de pijn van de bladeren verzachten
Spreekt voor hen een schietgebed uit
Dan blaast de wind met al zijn krachten
het bladerdek van de takken, terwijl hij fluit
Bespot de dichter die met zijn dwaze woorden
Zinnen heeft opgeschreven louter omdat ze hem bekoorden
De dichter die de wereld probeert te verleiden, met zijn zoete tonen
en die praat over vreemde zaken die de arbeid niet lonen.
Bespot de dichter die de wereld zachter doet voorkomen
die kwinkslagen gebruikt die je navolgen in je dromen
die probeert om door de taal van de muziek je te bedotten
De dichter die praat over de geuren van vers fruit, terwijl ze rotten
Vertrouw geen dichter, niet in goede niet in slechte tijden
Probeer deze muzenzoon zoveel mogelijk te vermijden
Geef aan zijn muziek van woorden geen enkel gewicht
Zorg dat op afstand blijft, zodat je niet voor zijn gejammer zwicht.
De wind vond de ritseling en was verblijd;
kreeg iemand om van te houden. Wie de wind
niet voelt, is koud geworden als steen
vindt diepte van de afgrond en de pijn.
De wind drong tot mij door. Weldra begon
de afgrond te wijken en mijn hart te kloppen
totdat ik loskwam van alles en niet kon staan,
misselijkheid mijn ledematen vulde.
Een zomerbriesje blijft nog hangen
Verhult de sporen van bijbehorende bitterheid.
Elk moment kan het mijn keel afknijpen.
De nukken van de wind; nauwelijks te begrijpen.
Ik heb de herinnering uitgekozen
die na zijn vertrek het meeste op haar lijkt.
Naarmate langzaam de tijd van het,
mij nog altijd treffend verdriet verstrijkt.
Een moeder die geen kind wilde strelen,
haar bed, haar kleren, haar foto die ik bekijk;
kijkend in haar spiegel schrik ik,
omdat ik zie dat ik op haar lijk.
Straks ben ik even oud als zij, streel ik
mijn dochter, en wat is geweest
wordt weer zoals het was, ben ik het
die de angst in haar dochters ogen leest.
Je bent niet veranderd, maar ik ben
gaan lezen. Vreemde woorden
nemen de wereld in bezit.
Hoor je mij nog? In de schaduw,
afwezige aanwezigheid in de stilte.
Ik zoek nog naar mooie woorden,
zinnen die ik kan gebruiken,
nu je weg bent.
De filosoof had nagedacht,
Langdurig, zonder een oplossing te vinden,
en keek met verwarde ogen naar de wereld.
Vroeg zich af:
Wie ben ik?
Een mens, verloren in de wereld,
homo sapiens zonder bestemming.
Darwin had zijn tanden gezet,
in de betovering van het leven:
Wie ben ik?
Als er een vraag was die
altijd zou moeten worden gesteld,
zou het dan zijn:
Wie ben ik?
Wankelende vragen,
Vergeten dagen.
Kiekjes die de dagen vasthouden:
Wie was ik?
Ik heb altijd dicht bij het boek geleefd
zonder haar precieze inhoud te kennen.
Ik heb de bladzijdes gekoesterd en gestreeld,
gewandeld op het ritme van de zinnen
en de woorden geproefd als zuiver goud.
Eén woord van betekenis was genoeg
om de kilte van de belevenis te verstommen,
hoewel zij strelend kan zijn en verleidend
kent zij geen waarheid die mij paait.
Tot het boek vergeelde en ik zelf ging schrijven
en versleten woorden deelgenoot maakte
van de magische stroom van de herinnering.
Hij is nieuwsgierig naar de vlokken
van de sneeuw, de aarde die blijft draaien,
pianoakkoorden, gebrandmerkte schilderijen.
Hij is op zoek naar de fijnste geuren, stukken lava
die hij vond bij een uitgespuwde vulkaan en hij heeft
in zijn jaszak de namen van cafés waar dichters kwamen.
Hij kent de steden, benoemt de bloemen,
begrijpt de dieren op het land en maakt
van alles iets bijzonders, omdat hij
vol bewondering kan leven.
Hij bekijkt de wereld met een open oog,
en neemt de tijd voor ‘s werelds mysterie.
Kan niet wachten om weer iets te ontdekken,
en te vertellen over vreemde sterren in het heelal,
kikkers op de oever, schelpen die niet uitkomen,
vergeten akkoorden van een ontstemde gitaar,
en hoe alles anders is als je er maar goed naar kijkt.
Hij is zoals je zegt een ontdekkingsreiziger,
een eenling omdat hij ziet wat anderen vergeten.
Van alles wat hij doet, geeft hij blijk
van ongekend verlangen naar het mysterie,
het leven dat zich ontspant in de blik van het onbekende.
Het is maar beter niet te rekenen
op warmte of genegenheid, want zij zien
je niet staan, enkel stilzwijgende haten.
Geen thuis roept in deze dagen
van koude mist en sneeuw, je bent
geen kind meer, ze kunnen je alleenlaten.
Zonder thuis kom jij de dagen door
op weg naar de volwassenheid,
je bent al lang daar ingewijd.
Je aanwezigheid wordt gedogen
tussen snerende woorden, vind jij je weg
en je verzetten tegen die pijnlijke woorden,
heeft geen zin, bespaart enkel met tussenpozen,
de onverbiddellijke stilte die het thuis zijn vermijdt.
Wanneer de avond voorbij is
als een heel leven,
de schemering geeft nog
te zien wat net nog was,
zonovergoten terras,
een half glas wijn nog op tafel.
Ze zijn naar huis
en het licht gaat aan.
Wakker worden en
de zon voelen op je naakte huid.
Treed al aan, je ogen pas half open,
wakker maar toch nog stilstaand slapend.
Streelt het konijn op de weg naar koffie.
Spreid het bed open, wachtend op dromen
dagen die blijven, dagen die komen.
Zo zal het opstaan altijd verlopen,
rustig, zonder woorden, liefkozend.
Wakker worden is schemeren tussen dood en bestaan.