Filosooftekoop
Site van Martine Berenpas
Welkom
Over mij
Gedichten
Sartre/Levinas
Filosofieblog
Onderzoek Spinoza en Franse denkers
Andere artikelen
Korte verhalen
Publicaties
Contact
Thauma
RSS
Route 66
2010/01/23 19:11:42

 

Route 66: De weg tussen verveling en geluk

Martine Berenpas


Van Chicago naar L.A.

Sinds augustus woon ik in Chicago, USA. Het is na New York en Los Angeles de grootste stad van de Verenigde Staten. Chicago is de thuishaven van de Chicago Bulls, de Chicago hotdog en de legendarische Al Capone. Chicago is ook het beginpunt van de Route 66. Deze autoweg begint in Chicago en eindigt aan het strand van de stille Oceaan in California. De totale lengte van de weg is maar liefst 2448 mijl (3940 km). 

Ik zag het al helemaal voor me: ik zou een pick-up huren en deze nostalgische route gaan afleggen. De weg van kilometers asfalt waarlangs rokerige wegrestaurants, waar de hele dag de televisie aan staat, hun vaste verblijf hadden gevonden. The way to experience the USA. Tot mijn ontsteltenis kwam ik erachter dat er hier in de USA, net als in Nederland, een rookverbod is ingesteld. Na een paar tochtjes in de omgeving van Chicago, vermoedde ik ook dat de wegrestaurants die ik in gedachten had, waren vervangen door fast-food restaurants zoals de Culvers, Wendy’s en Denny’s, waar de smakelijke geur van hamburgers je tegemoet komt. De grootste klap kwam echter toen op een zonnige ochtend een Amerikaan mij vertelde dat de Route 66 niet meer bestond. De Route 66 waar Nat King Cole en de Rolling Stones over zongen, was verdwenen. Get your kicks on Route  66 was een ervaring die mij onbekend zou blijven. 

Reeds in 1985 is de Route 66 officieel opgeheven. Tegenwoordig is de fameuze weg enkel met een goede wegenkaart terug te vinden. De vraag is waarom je dan de weg überhaupt nog zou volgen, aangezien het vliegtuig naar L.A. iedere dag voor je klaarstaat. If you ever plan to motor west, travel my way, take the plane that is best.


Toch rijden hordes toeristen ieder jaar de weg. Er zijn zelfs zowel in Amerika als in Nederland actieve fanclubs die de Route 66 koesteren. Kennelijk beschikt Route 66 over een nostalgische reserve die de mens blijft inspireren. Maar wat is die reserve dan? Waarom is het afleggen van 2448 mijl over een weg die vandaag de dag een loze afwisseling is van verschillende Interstates

 een bijzondere ervaring? Een ervaring die niet wordt opgedaan wanneer je van Helsinki naar Lissabon rijdt?

  Mijn intuïtie zegt dat het bij het rijden van de Route 66 niet gaat om het asfaltvreten an sich, maar om een ervaring die gekenmerkt wordt door nostalgie. Het berijden van de Route 66 is deel uitmaken van een ritus. Kenmerkende van de ritus is dat bij  deze handeling (het berijden van de weg) haar finale karakter (het bereiken van Los Angeles) vergeten is.

  

Door het rituele karakter van de Route 66 stelt (bijna) niemand de vraag of de ondernemer van de reis niet goed bij zijn hoofd is, omdat de eindbestemming op een veel minder tijdrovende manier kan worden bereikt. Bij het berijden van de Route 66 gaat het niet om het halen van de eindbestemming. De Route 66 heeft zijn oorspronkelijke betekenis als verbindingsweg verloren en heeft een betekenis gekregen die buiten zichzelf ligt.

Maar welke betekenis heeft de Route 66 dan gekregen, waardoor het naar iets verwijst dat niet opgenomen is in haar oorspronkelijke betekenis? Wellicht heeft het te maken met het volgen van een monotone weg waardoor de tijd stil lijkt te staan. We kunnen het berijden van de kilometerslange autoweg relateren aan wat Bergson de ervaring noemt van de  durée (letterlijke vertaling: duur/duurzaamheid), en die zich met name openbaart in de verveling.

 De durée is in de verveling in de lengte gerekt, waarin de tijd eindeloos kan toeschijnen.

 Het volgen van de eindeloze weg die nauwelijks bochten kent, is de ultieme vorm van de verveling waarin de rijder geconfronteerd wordt met het oneindige beeld van het voor zich liggende asfalt. De tijd lijkt dan inderdaad stil te staan, want het einde komt maar niet in zicht. De eenzame rijder die verveeld is, maar door rijdt en desperaat wacht op iets dat niet komt. Won’t you get hip to this timely tip, when you make that California trip. 

De mens die ten prooi valt aan de verveling is niet alleen de tijd kwijt, maar ook zichzelf. Voor de verveelde mens is alles betekenisloos geworden. De toestand van de verveelde rijder doet denken aan het nihilisme zoals Heidegger dat voorstaat, waarin het nihilisme een behoefte is om een nieuw fundament te vinden voor het bestaan in een nieuwe geestelijke situatie.

 In het rijden van de eindeloze weg wordt gezocht naar een nieuwe toon die het leven kan stemmen. Omdat het in het rijden enkel om het rijden gaat en niet om het behalen van het einddoel, kan deze toon van het gestemd-zijn zich openbaren. Niet voor niets wordt de Route 66 geïdentificeerd met het verlangen naar een nieuw leven. Deze betekenis heeft de weg gekregen doordat de weg  in de jaren dertig werd gebruikt door boeren die weg trokken uit het Midwesten om hun geluk te zoeken in California. 

In het berijden van een ellenlange weg die geen begin en geen eind lijkt te hebben. Dit gebeurt volgens Bergson wanneer wij ons in een bewustzijnstoestand bevinden waarin bewustzijnsinhouden zich zonder onderscheid opvolgen. Daardoor lijkt de tijd die van buitenaf wordt opgezogen, als tijdloos te bestaan.

 

De tijd wordt volgens Bergson onterecht door het verstand opgevat als ruimtelijk. We denken dat tijd verdeeld kan worden in afzonderlijke delen. In deze opvatting gaat volgens Bergson de ervaring van de ‘durée’ verloren. De ‘durée’ is de oorspronkelijke ervaring van de tijd waarin tijd een onophoudelijke stroom is. Het is daarmee een andere ervaren dan de meetbare tijd van de klok. De ervaring van de ‘durée’ laat ons zien dat wij tijd zijn en dat het leven beweeglijk is. 

In het rijden van Chicago naar Los Angeles gaat het bij de ervaring van het rijden enkel om het rijden. Om de ervaring dat het leven een zich beleven is. Het leven ontvouwt zich ten volste in een situatie waarin begin en eind is weggevallen en het gaat om de beweging van het leven zelf. Een ervaring waar in onze tijd naar wordt gehunkerd, omdat alles een begin- of een einddoel moet hebben. Get your kicks on Route 66.




Spinoza als recalcitrante toneelspeler
2009/07/11 11:21:42
Spinoza als recalcitrante toneelspeler
 
“Beginnen we in het donker” schreeuwt Rem ofwel Rembrandt van Rhijn aan het begin van het toneelstuk “Spinoza”. Het toneelstuk dat gespeeld wordt door het theatergezelschap “Huis aan de Amstel”, was op 23 maart in de Leidse Schouwburg te zien. Het toneelstuk gaat over het leven van ‘onze’ 17e-eeuwse verlichtingsheld Spinoza; een allochtoon die door zijn denkbeelden niet welkom was in de Joodse gemeenschap, maar ook vandaag de dag door figuren als Wilders niet met een warm welkom zou worden ontvangen.
            Het toneelstuk is geregisseerd door Liesbeth Coltof en is geschreven door Roel Adams, die ook één van de vier spelers is van het stuk. In het toneelstuk maken wij kennis met Spin, Roel en Gab die een toneelstuk gaan spelen over Spinoza. Spin heeft eigenlijk helemaal geen zin om te acteren, omdat hij zichzelf niet ziet als toneelspeler. Daarnaast heeft hij ook helemaal geen zin om Spinoza te spelen, vooral wanneer hij te horen krijgt dat ten tijde van het stuk Spinoza zal worden belaagd met een mes. Toch krijgt de toeschouwer aan het begin van het toneelstuk al een beeld van de ideeën van Spinoza. Spin is ook al voordat hij Spinoza speelt, de filosoof die de vastomlijnde meningen van anderen in twijfel trekt en die een voorkeur heeft voor rationele argumenten. En dat brengt al gelijk spanningen met zich mee, want Spin mag best meespelen en hij mag best denken wat hij wil. Maar hij moet vooral zijn mond houden. Q.E.D.
            “Spinoza was de schrijver van een 17e-eeuws kookboek van het goede leven”, zo beweert het stuk; “Een slecht mens die de menswording van God ontkende en de wereld beroofde van zijn bedoeling”. Vervolgens wordt de subtiele overgang gemaakt naar de 17e-eeuw en spelen de acteurs niet meer dat ze Spinoza gaan spelen, maar spelen ze dat ze Bento de Spinoza, Gabriël de Spinoza Rembrandt van Rhijn en het melkmeisje van Vermeer zijn. De laatste twee lijken nauwelijks bij het stuk te passen. Want meer overeenkomsten dan dat ze tijdgenoten waren en dat Rembrandt in dezelfde straat heeft gewoond dan Spinoza, zijn er niet te vinden. Toch weten de spelers door gebruik van dia’s wel degelijk een link te maken. De suggestie wordt gewekt dat de kleurcontrasten van de schilderijen van Vermeer beter passen bij de filosofie van Spinoza dan de donkere tinten van de doeken van Rembrandt. Toch blijft tot aan het einde van stuk onduidelijk wat precies de rol van Rembrandt in de voorstelling was.
            Het leven van Spinoza wordt in rap tempo in beeld gebracht. Met behulp van dia’s die worden geprojecteerd op een met stof bekleed huisje, krijgt de toeschouwer een beeld van de Joodse traditie. Ook speelt een sleutelscène uit het leven van Spinoza zich af in dit stoffen tentje. Op knappe wijze wordt het gesprek neergezet dat Spinoza heeft met de leider van de Joodse gemeenschap en dat uiteindelijk heeft geleid tot Spinozas excommunicatie. We zien dat Spinoza zich met grote zekerheid vasthoudt en niet zijn ideeën wenst aan te passen op grond van meningen die verwijzen naar ‘schuld’, ‘zonde’ of ‘eer’. Spinoza is op zoek naar de waarheid en de eeuwigheid, omdat enkel het bestaan zelf zeker is.
            Spinoza wordt in het toneelstuk neergezet als een kruising tussen Socrates die de overtuigingen van zijn omgeving in twijfel trekt en een existentialist die enkel het bestaan als gegeven ziet. De kracht van Spinozas denksysteem wordt hierdoor mijn inziens onrecht aangedaan. Dit wordt nog versterkt door het feit dat Spinoza aan het eind van de voorstelling afgeschilderd wordt als een eenzame zondaar die voor niemand nog aandacht had en ‘bang was om te stoppen met denken’. Waar het Spinoza werkelijk om te doen was, wordt door het stuk onvoldoende overgebracht aan het publiek. De radicale verlichtingsfilosoof die Jonathan Israel recentelijk weer op de kaart heeft gezet, valt hierdoor van zijn net veroverde sokkel. Hoewel in het toneelstuk goed wordt geacteerd en er soms goede grappen worden gemaakt, engageerd het stuk je onvoldoende. En dat is jammer, vooral omdat het leven van Spinoza juist één en al engagement was.
             
Thuama (Tijdschrift Instituut Wijsbegeerte) 2008-2009, no1
2009/04/02 20:03:40
Sporen van Spinoza
Wat wisten Franse verlichtingsdenkers van Spinoza?
Martine Berenpas
 
 
 
Meewerken aan onderzoek
 
Naast het reguliere aanbod aan vakken, biedt het instituut Wijsbegeerte diverse mogelijkheden om in aanraking te komen met wetenschappelijk onderzoek. Zo kun je elk jaar een Honours Class volgen, waarin een bepaald onderwerp centraal staat en gastdocenten over dit onderwerp reflecteren. Wanneer je tijdens je studie zelf ervaring wilt opdoen met wetenschappelijk onderzoek, kun je daarnaast een Honours Research Traject volgen. Je voert dan een klein onderzoekje uit bij een docent van ons instituut. Het traject is niet alleen bedoeld om je wijsgerige kennis te vergroten, maar geeft je ook de kans om academische vaardigheden, zoals het zoeken van literatuur en het schrijven van een artikel, aan te leren.
     Sinds januari ben ik begonnen met het Honours Research Traject. Omdat mijn interesse ligt in de tijd van de verlichting en met name bij de Franse filosofen, heb ik gevraagd of ik onderzoek mocht doen bij Eric Schliesser, die zich voornamelijk bezighoudt met de tijd van de wetenschappelijke revolutie. Omdat het doel van het traject is dat je een onderzoekje gaat doen voor de docent, kreeg ik de opdracht om te uit te zoeken in welke mate denkers in de tijd tussen 1700 en 1750 op de hoogte waren van Spinoza’s metafysica en kenleer.
     Aan het begin van mijn onderzoek merkte ik al snel dat ik het aantal denkers moest inperken. Ik concentreer mij daarom enkel op de Franse verlichtingsdenkers zoals Fontenelle, Diderot en Voltaire. Het traject heeft namelijk een omvang van ongeveer 5 ects, wat betekent dat het de bedoeling is dat je ongeveer 140 uur aan het onderzoek besteedt.
 
Wachten tot je iets vindt
 
Hoe vind je sporen van Spinoza in het werk van Fontenelle, Diderot, D’Alembert, Du Marsais en Voltaire? Door gewoon te beginnen met lezen! Ik ben begonnen met het lezen van het oeuvre van Bernard Le Bovier de Fontenelle (1657-1757). Fontenelle is het meest bekend geworden door de werken Entretien sur la pluralité des mondes en Histoire des Oracles. Fontenelle was één van de eerste denkers in zijn tijd die openlijk een atheïstisch standpunt verdedigde in zijn filosofische geschriften. Naast filosofische verhandelingen, schreef Fontenelle ook gedichten en korte toneelstukken. Daarnaast schreef hij als secretaris van de Académie des Sciences korte biografieën over wetenschappers, geleerden en kunstenaars van zijn tijd.
     Fontenelle’s filosofie is een mengeling van Cartesiaanse en Newtoniaanse ideeën gemixt met een poëtisch-polemische schrijfstijl, wat Fontenelle een bijzonder vermakelijke filosoof maakt. Bij Fontenlle vond ik in de korte biografieën die hij heeft geschreven mijn eerste directe verwijzing naar Spinoza. In de biografie over Pierre-Sylvain Regis (1632-1707) schrijft Fontenelle dat deze Regis een weerlegging van het systeem van Spinoza heeft geschreven. Regis was een overtuigd Cartesiaan die zijn theologische studies zelfs had opgegeven om zich te wijden aan de Cartesiaanse filosofie[1]. Als bijlage van zijn hoofdwerk L’Usage de la raison et de la foy publiceerde Regis de ‘Refutation de l’opinion de Spinosa’, waarin hij beweert dat Spinoza’s conclusie dat God de oorzaak is van alle creaturen en dat de creaturen verder niets gemeenschappelijks hebben, niet strookt met Spinoza’s eis dat alle oorzaken iets gemeenschappelijks moeten hebben in hun effecten.
Fontenelle schrijft over Regis’ poging om Spinoza te weerleggen, dat Regis de obsuriteiten heeft weten te verminderen, die noodzakelijk waren om de fout van Spinoza te bedekken, maar dat Regis er gelukkigniet in is geslaagd om Spinoza te weerleggen[2]. Dat Fontenelle het woordje ‘hereusement’ gebruikt, lijkt te suggereren dat Fontenelle zelf Spinoza’s systeem wel kon waarderen. Via Regis kwam ik ook op het spoor van een andere merkwaardige referentie naar Spinoza. Op het web is het pamflet Traité des trois imposteurs[3] te vinden, dat rond 1700 aanvankelijk werd gepubliceerd onder de naam ‘L’Esprit de Spinosa’. Tot op heden is het onbekend wie de schrijver van dit gepassioneerde traktaat was, al is wel duidelijk dat het manuscript in de Franse editie door een ander is geannoteerd[4]. Hoewel het traktaat in het Frans geschreven is, is het hoogst waarschijnlijk dat de auteur uit het radicale Nederlandse milieu kwam[5]. Er is door de tijd heen veel gespeculeerd over wie de schrijver van het traktaat was. Fischer (1889) wijst Jean-Maximilien Lucas aan, terwijl latere wetenschappers, zoals Oettinger (1954) en Berti (1992), wijzen op Jan Vroese als schrijver[6].
        Het traktaat is een gepassioneerde samenvatting van Spinoza’s Ethica en van zijn belangrijkste standpunten van het Politiek-Theologisch Traktaat. Wanneer je geen zin hebt om de geometrische stijl van de Ethica te doorbreken is dit traktaat wellicht een alternatieve optie om toch wat te weten te komen over de filosofie van Spinoza.
     In het oeuvre van de volgende filosoof die ik las, Denis Diderot, vond ik ook enkele directe verwijzingen naar Spinoza of naar het Spinozisme. Er wordt ook gespeculeerd dat Diderot in een kort sprookje over sceptici, atheïsten en spinozisten de spinozisten laat winnen. Wat moeilijk is aan sommige verwijzingen, is dat het niet altijd duidelijk is of Spinoza wordt bedoeld en op welke manier aan Spinoza wordt gerefereerd.
    Bij D’Alembert vond ik in het Essai sur les éléments de philosophie enkele opmerkingen over een filosoof die werkte met de geometische waarheden en filosofie bedreef door het opstellen van axioma’s. Bij mij gingen toen direct alle alarmbellen rinkelen en ik dacht natuurlijk gelijk dat dit een verwijzing naar Spinoza was. Maar het is moeilijk om te beargumenteren dat hij het ook daadwerkelijk over Spinoza heeft; hij noemt Spinoza namelijk nergens bij naam. Het is daarom ten eerste een kunst om überhaupt een verwijzing te vinden in het werk van de filosofen, maar vervolgens moet je ook nog aannemelijk maken dat de verwijzing echt verwijst naar Spinoza.
 
Grappige details
 
Ik ben nu ongeveer 5000 pagina’s op weg en heb ongeveer 5 directe en 9 indirecte of ambigue verwijzingen naar Spinoza gevonden. De arbeid van het zoeken naar een verwijzing wordt gecompenseerd door de schitterende schrijfstijl van de filosofen. De meeste denkers die ik bestudeer voor mijn onderzoek schreven naast filosofische verhandelingen ook gedichten en toneelstukken. De bekendste voorbeelden zijn Voltaire’s Micromegas en Candide en Diderot’s Rêve d’Alembert.
     In mijn leestocht ben ik ook andere grappige details tegengekomen. Zo kwam ik in de biografie die Fontenelle over Newton heeft geschreven een opmerkelijk feit tegen. Fontenelle hemelt Newton helemaal op ten aanzien van zijn wetenschappelijke prestaties. Opeens begint Fontenelle dan over Newton’s gezondheid: “Newton heeft altijd een goede gezondheid gehad, totdat hij evenwel incontinent werd.”[7] Niet iets waarom je als beroemd wetenschapper bekend om wilt staat!
     Deze maand begin ik met het lezen van de laatste filosoof die ik voor dit onderzoek lees: Voltaire. Voltaire heeft maar liefst 142 boeken nagelaten, waardoor je je afvraagt of deze man nog iets anders heeft gedaan dan schrijven. In januari hoop ik met het lezen klaar te zijn en mijn scriptie af te kunnen ronden. Ik heb een aantal duidelijke verwijzingen naar Spinoza gevonden en sommige verwijzingen waarvan ik nog moet bewijzen dat ze aan Spinoza refereren. Het is een enorme kick om een verwijzing te vinden, maar zelfs als je gewoon aan het lezen bent en niets vindt zijn de Franse filosofen zeker de moeite waard om te lezen.
 
Referenties
Schmaltz, T.M. (2002). Radical Cartesianism: The French reception of Descartes. Cambridge: Cambridge University Press.
 
Fontenelle, Oeuvres Complètes. Tome I. Editées par G.B. Depping. 1968. Genève: Slatkine Reprints.
 
Fontenelle, Oeuvres Complètes. Tome III. Editées par G.B. Depping. 1968. Genève: Slatkine Reprints.
 
Israel, J.I. (2001). Radical Enlightenment. Oxford: Oxford University Press.
 
 
Fischer, K. (1889). Descartes und seine schule. Zweiter Theil, Heidelberg, pagina 101.
 
Silvia Berti, ‘The First Edition of the Traité des rios imposteurs and its Debt to Spinoza’, in: Michael Hunter & David Wootton (red.), Atheism from the Reformation to the Enlightenment (Oxford 1992) p. 188-215.
 


[1] Schmalz, p. 7
[2] Fontenelle, Tome 1, p. 314
[3] www.infidels.org/library/historical/unknown/three_impostors.html.
[4] Ibid.
[5] Israel, J. (2002). Radical Enlightenment, p. 694.
[6] Fischer, K. (1889). Descartes und seine Schule, p. 101; Berti, S. (1992), The first edition of the traite, p. 189
[7] Fontenelle, Tome III, p. 258
3 Totaal items